Systeem één en twee

Ik voel even de drang om jullie iets te delen, iets wat ik zelf nog niet zo lang geleden zelf leerde in mijn zoektocht in het kluwen van gedachten, gevoelens en hun oorsprong.

Het gaat over hoe we denken en leren.

Het begint allemaal met herhaling. Doe iets lang genoeg, vaak genoeg, en hop, de moeite die je er in moet stoppen om het te doen vermindert. Je hebt iets geleerd!

Alles wat je nu kan, daar ben je ooit mee begonnen en heb je voldoende lang herhaald totdat het een gewoonte is geworden, een automatisme, een patroon.

Als er over patronen gesproken wordt denken we vooral aan mentale patronen. Toch is dat meer dan dat. Ons aankleden, tandenpoetsen, zelfs gewoon wandelen, zijn allemaal patronen.

Patronen, gewoontes, kunnen zeer handig en gewenst zijn. Het maakt het leven veel efficiënter. Stel je voor dat je elke keer je op de fiets stapt heel bewust moet gaan nadenken over hoe te fietsen, alsof je het weer voor het eerst doet. Wat een vermoeiende en tijdrovende activiteit zou dat zijn!

Daniël Kahneman beschrijft in zijn boek ‘Thinking fast and slow’ de twee systemen die werkzaam zijn in onze hersenen verbonden met patronen en hoe ze ontstaan, systeem één en systeem twee.

Systeem één werkt snel en automatisch waardoor je kan functioneren zonder (veel) na te moeten denken. Dit is de thuis van al onze patronen en kan benoemd worden als het intuïtief systeem, steeds in de achtergrond werkzaam.

Systeem twee is het trage systeem. Dit wordt geactiveerd wanneer je iets doet wat al je aandacht vereist, zoals wanneer je iets voor het eerst doet. Dit systeem vraagt veel energie, omdat er nog geen patroon bestaat waarop je kan terugvallen. Die moet nog gemaakt worden. De verbindingen tussen de hersencellen die actief worden bij het opbouwen van dit patroon, zijn nog zwak of onbestaande.

Maar net als gewoontes en patronen handig kunnen zijn, kunnen ze ook heel nadelig zijn. Stel dat je, om je te ontspannen na een zware dag, ooit eens een pintje gedronken hebt en dat dit je beviel. Als je dat elke dag gedurende een hele tijd blijft doen grijp je bij het thuiskomen zonder nadenken misschien naar dat pintje en heb je die al half leeg gedronken voordat je er echt bewust van bent. Het drinken van het pintje is bij systeem één gaan horen. Automatisch. Ai.

Of het patroon nu nuttig of hinderlijk is, het geeft een fijn gevoel van vertrouwdheid. Het hoort er bij. In die zin kan iets wat goed voelt ook feitelijk hinderlijk zijn.

Wat hoort voor jou bij systeem één?

Hoe merk je wanneer systeem twee actief wordt? En hoe voelt dat?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *