De eerste stap (lees dit eerst)

Het klinkt behoorlijk melig maar het is gemeend: ik ben blij dat je hier bent.
Want als je dit leest ben je begonnen.

Als je dit leest heb je mijn website gevonden, wat betekent dat je op zoek bent naar therapeutische hulp.
Je hebt je de eerste stap gezet en daar mag je best trots op zijn.

Het is niet makkelijk om te erkennen dat je hulp nodig hebt.

Want als je hulp nodig hebt moet je toegeven aan jezelf dat er iets anders moet en dat je niet in staat bent om hier zelf voor te zorgen.

Voordat je dit las heb je misschien aan jezelf moeten toegeven dat je niet eens weet wat dit ‘anders’ is.
Misschien weet je enkel dat er iets mis is.
En zelfs dat ‘iets’ is onduidelijk waardoor je je al een tijd verloren of vast voelt zitten.

Het is een klus om de eerste stap te zetten om te erkennen dat je hulp nodig hebt, dat je het soms niet alleen aan kan.

Iedereen heeft hulp nodig.
Ook ik ga naar mijn therapeut als dat nodig is.

De meeste mensen doen er jaren over voordat het lukt om deze eerste stap te zetten.
Vaak is er een crisis nodig om je wakker te schudden om te kunnen en willen zien dat ‘anders’ nodig is. En zelfs dan is het een opgave.

Dus proficiat! Die horde is genomen.
Welkom hier.

Ik kijk er naar uit je samen met jou te beginnen aan de weg naar beter.

Rollen en identiteit

Vandaag zag ik een man met een tattoo van ‘life’ op de ene onderarm en ‘death’ op de andere. Groot en in mooie, indrukwekkende gothische letters.
Hij leek zo uit een film gestapt te zijn, als de gedoodverfde slechterik of de held met het getormenteerde verleden.

Het maakt helder dat hij, net als wij allemaal, zichzelf een imago aanmeet.
Dat hij zijn uiterlijk vormgeeft naar hoe hij zichzelf ziet en gezien wil worden.

“Rollen en identiteit” verder lezen

Respect

Respect?
Neen
Ik respecteer niemand meteen

Ik aanvaard je
zoals je bent

Ik neem waar en aanvaard wat je doet

Waardeer het of bewonder het zelfs
misschien

Maar mijn respect heb je daardoor niet

Daarvoor is er meer nodig

Ik ben niet de meester of rechter
die bepaalt wie wel
en wie geen respect verdient

Ik merk op dat respect ontstaat

Soms

Meestal niet

Hoe dit komt is moeilijk in woorden te vatten

Veel heeft voor mij met moed te maken
Met bereidheid jezelf te overstijgen
Uit jezelf en je overtuigingen te durven breken
Met ‘worden’, samen met ‘zijn’

Ik blijk spaarzaam met respect
Het is te kostbaar om zomaar aan iedereen uit te delen

Verandering

We zijn februari en de eerste lentezonnestralen laten zich zien.
Hoe zou het met de goede voornemens van het nieuwjaar zijn?

De kans is groot dat er weinig van over blijft.
Waarschijnlijk heeft de gewenste verandering niet plaatsgevonden en is het oude patroon teruggekeerd.

Laat ons eerlijk en mild zijn, veranderen is niet makkelijk.

Behalve wanneer het gaat om een verandering waar al lang hoopvol naar uitgekeken werd, vraagt verandering een inspanning.
En zelfs wanneer er een betere situatie ontstaat moeten we daar ook aan wennen.

Wat maakt veranderen zo lastig?

We zijn, zoals alle dieren, gewoontedieren.
Wat ik hiermee bedoel is dat we allemaal systemen hebben om het leven vorm te geven.
Deze systemen zijn de manieren waarop wij alles doen wat we doen.
Veel van die systemen delen we met bijna iedereen, zoals bijvoorbeeld het feit dat we overdag actief zijn, in tegenstelling tot nachtdieren.
Naast gedeelde stukken hebben we al onze individuele systemen specifieke bijzonderheden, zoals bijvoorbeeld het ochtendritueel, waar we het liefst onze vrije tijd mee vullen of welke doelen we nastreven.

Wat verandering lastig maakt is dat we soms de beleving kunnen hebben helemaal samen te vallen met deze systemen. De manier hoe we ons leven vorm geven is hoe we onszelf zien, onze identiteit.

Elke verandering in onze patronen is een verandering in hoe we onszelf zien.
En dat is niet makkelijk.

Want als dit plots wijzigt, wie ben je dan nog?

Bij elke verandering, gewenst of ongewenst, vinden we onszelf weer uit. Moeten we onszelf opnieuw uitvinden.
Elke keer maken we een nieuw beeld van wie we zijn.
Zoals een huis dat verbouwd wordt.

Hoewel verandering onvermijdelijk is, is het goed om te weten dat dit zo goed als altijd een opgave is.

Laat ons dus mild zijn met de weerstand die we ervaren bij verandering, we zijn allemaal mensen in evolutie.

Wensen

Elk jaar schep ik plezier in de volgende vraag:

“Wat kan ik jou dit jaar wensen?”

Meestal krijg ik een standaard antwoord zoals ‘evenwicht’, ‘innerlijke rust’, ‘meer tijd’. De clichés als ‘veel geld’ of ‘een goed lief’ zijn er ook vaak bij.

Eens dit eerste antwoord gegeven is, begint het leuke gedeelte voor mij, want door deze vraag en (meestal voorspelbare) antwoord is een gesprek over verlangen ontstaan.

En er zijn weinig dingen zo bevredigend als gesprekken over wensen en verlangens.

Door een of twee vragen te stellen ter verduidelijking komt er steeds iets moois aan het licht. Iets kwetsbaars en ontluikend. Zo ging het met een collega vandaag van ‘innerlijke rust’ naar ‘vlotter weten wanneer in iets door te zetten en wanneer op te geven’.

Meestal zijn deze korte gesprekjes mooie ontdekkingsreisjes, kleine pareltjes van moedig pril verlangen.

Wat mag ik jou dit jaar wensen?

Hulp voor mannen

Komt een man bij de dokter:

Dokter: Wat is het probleem?
Man: Ik hoest al drie weken bloed op, heb huiduitslag over heel mijn lichaam, voel druk op de borst, heb het eerste half uur na opstaan troebel en dubbel zicht en om de paar dagen voel ik wormen onder de huid van mijn onderarmen kruipen.
Dokter: Dat is een simpele verstuiking.
Man: Dat is wat ik ook dacht. Dank u dokter.

Lachen is een manier om spanning te ontladen.
In dit geval een ongemakkelijke waarheid.
De waarheid dat mannen heel moeilijk of veel te laat hulp opzoeken.
In dit geval lichamelijke hulp.
Maar wat als er zorg nodig is voor meer dan voor het lichaam?
Laten we niet vergeten dat een gezond lichaam begint met een gezonde geest.

Het heeft jaren geduurd eer ik zelf de eerste stap heb gezet om noodzakelijke hulp op te zoeken.
Meer dan voor mijn lichaam alleen.
Psychologische hulp.
Dat was pas nadat Barbara, een dokter bij wie ik me gehoord voelde, me uitnodigde om naar een hulpverlener te gaan bij wie ze zelf, succesvol, te rade is gegaan.
Zij erkende dat de zorg die zij kon verstrekken, voor het lichaam, ontoereikend was om me beter te doen voelen. Er was meer nodig.
Het was mijn vertrouwen in haar dat de doorslag gegeven heeft om deze stap te zetten. Te durven zetten.

Lange tijd was de angst om psychologische hulp te zoeken groter dan de negatieve invloeden die ik ondervond van mijn mentale, een bijbehorende emotionele problemen.
Het was in het grote onbekende stappen. Ik wist niks van deze wereld.
Er spookten zoveel vragen in mijn hoofd.
Hoe verloopt zo’n sessie?
Waarover gaan we het hebben?
Is het alleen maar praten?
Ga ik dingen moeten doen die ik niet fijn vindt?
Mag ik daar dan nee op zeggen?
Wat wordt er eigenlijk van me verwacht?
Wat kan ik verwachten?

Daarnaast was ik ook bang van de perceptie van anderen, als deze dat te weten zouden komen.
Wat gaan mensen van me denken als ze te weten dat ik psychische hulp nodig heb? Ben ik dan een watje?
Of gek?
Stel ik me niet gewoon aan?
Er zijn tenslotte mensen met grotere problemen dan de mijne.

Zelfs na verschillende sessies bij Alexander bleef ik rondlopen met dezelfde weerstand dat me weerhouden had om bij hem in therapie te gaan.
Dat ondanks het feit dat deze enkele sessies al een duidelijk positief effect hadden.

Deze weerstand geldt voor iedereen, maar voor mannen is dit nog meer van toepassing dan voor vrouwen.
Het beeld van ‘man-zijn’, door de band genomen, is er een waarin de man in staat is al zijn problemen met gemak en zonder hulp op te kunnen lossen.
Hulp vragen is erkennen dat we niet voldoen aan dit ideaal.
Dat we tekort schieten.

Therapie opzoeken is moeilijk.
Het is vrijwillig in ongemak gaan.
Die dingen benaderen waar je al jaren van weg wil lopen.
Woorden geven aan wat je geen bestaansrecht wil geven:
ongewenste gedachten, onaangename gevoelens, miskende verlangens, twijfels,…

Het is een zwaar pad.
Het is het Grote Onbekend.
Het is als op ontdekkingstocht vertrekken, zoals de pioniers van weleer: Alexander von Humbold, Ernest Shackleton, Roald Amundsen, die zonder betrouwbare kaarten het bekende achterlieten. Zonder zekerheid ongeschonden terug te zullen keren.

Het vraagt moed en doorzetting om hulp op te zoeken en de weg naar binnen te nemen.
Voor mij is dit een bewijs van kracht.
Iets wat thuis hoort in het beeld van ‘man-zijn’.

Het is mijn grootste wens dat jij, beste man die dit leest, de moed vindt om een begin te maken aan je tocht.
Het zoeken naar gezondheid.
Zowel lichamelijk als mentaal.
Buitenkant eén binnenkant.

En weet dat er vele mensen zijn die een tochtgenoot kunnen zijn, zoals Alexander voor mij en de vele hulpverleners die ik na hem ook heb opgezocht.

Het ga je goed, broeder.

Trouwens, de dokter in de grap is ook een man.
Maar dat had je wel begrepen. 🙂

Ongemak als gezelschap

Niemand houdt van ongemak.
We proberen het allemaal te vermijden waar mogelijk.

De drang om ongemak te vermijden heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat we ontwikkeld zijn tot wie we zijn en waar we nu staan.
Natuurlijk willen we het allemaal makkelijker, sneller en beter.
De open deur die ik hier intrap staat al eeuwen wagenwijd tocht te maken.

Toch is het soms nodig om ongemak ten volle te verwelkomen.
Iets wat je tegenwoordig actief voor dient te kiezen, zeker het fysieke ongemak.
‘Sitting in the fire’ noemt een vriend het proces van ongemak toelaten.
En zo voelt dat ook, hoewel het bij mij vaak net koude is dat ik opzoek.
Blijven zitten terwijl je de drang voelt om keihard weg te rennen.

Ongemak als gezelschap leren hebben, zowel fysiek als mentaal/emotioneel, heeft mij al veel gebracht.
Dit is mijn hypothese: naast de trots dat je voelt omdat je in staat bent om iets moeilijks het hoofd te bieden, brengt ongemak je informatie.
Ongemak, als fysiek voelbare sensatie in het lichaam, is het signaal dat er een verschil bestaat tussen de werkelijkheid buiten ons, wat we ervaren, en de werkelijkheid binnen ons, wat we verwacht hadden of hoopten.
Ongemak vertelt ons dat er iets niet klopt.
Het beeld van de wereld, het plan dat we ervan hebben in ons hoofd, komt niet overeen met wat we waarnemen en voelen.
Het zijn gedachten als “Dit hoort zo niet” of “Dat kan toch niet” die ongemak opwekken.

Wanneer dat gebeurt zijn er twee opties.
Ofwel passen we ons plan van de wereld aan ofwel passen we de wereld aan naar ons plan.
In mijn beleving is de makkelijkste optie, meestal, het aanpassen van het plan.
Ik zeg ‘makkelijkste’ omdat dat meestal eenvoudiger is dan de wereld (en alle mensen) rond je te veranderen, maar het is in geen geval ‘makkelijk’.

Het ongemak toelaten is op zoek gaan waar de verschillen zich juist bevinden, de evaluatie maken van wat hieraan gedaan kan worden en vervolgens doen wat mogelijk is. Ongemak als gezelschap nemen is verandering toelaten, op weg naar het hervinden van (voldoende) gemak. De zoektocht starten naar een nieuw evenwicht tussen jouw beeld van de wereld en je ervaring daarvan.
Hierin kan iedereen hulp gebruiken of een klankbord.
Iets of iemand om je wereldbeeld onder woorden te brengen, zodat je duidelijker ziet waar de knoop zich precies bevindt.

Ik hoop dat jij die hulp opzoekt en vindt, wanneer het nodig is.

Systeem één en twee

Ik voel even de drang om jullie iets te delen, iets wat ik zelf nog niet zo lang geleden zelf leerde in mijn zoektocht in het kluwen van gedachten, gevoelens en hun oorsprong.

Het gaat over hoe we denken en leren.

Het begint allemaal met herhaling. Doe iets lang genoeg, vaak genoeg, en hop, de moeite die je er in moet stoppen om het te doen vermindert. Je hebt iets geleerd!

Alles wat je nu kan, daar ben je ooit mee begonnen en heb je voldoende lang herhaald totdat het een gewoonte is geworden, een automatisme, een patroon.

Als er over patronen gesproken wordt denken we vooral aan mentale patronen. Toch is dat meer dan dat. Ons aankleden, tandenpoetsen, zelfs gewoon wandelen, zijn allemaal patronen.

Patronen, gewoontes, kunnen zeer handig en gewenst zijn. Het maakt het leven veel efficiënter. Stel je voor dat je elke keer je op de fiets stapt heel bewust moet gaan nadenken over hoe te fietsen, alsof je het weer voor het eerst doet. Wat een vermoeiende en tijdrovende activiteit zou dat zijn!

Daniël Kahneman beschrijft in zijn boek ‘Thinking fast and slow’ de twee systemen die werkzaam zijn in onze hersenen verbonden met patronen en hoe ze ontstaan, systeem één en systeem twee.

Systeem één werkt snel en automatisch waardoor je kan functioneren zonder (veel) na te moeten denken. Dit is de thuis van al onze patronen en kan benoemd worden als het intuïtief systeem, steeds in de achtergrond werkzaam.

Systeem twee is het trage systeem. Dit wordt geactiveerd wanneer je iets doet wat al je aandacht vereist, zoals wanneer je iets voor het eerst doet. Dit systeem vraagt veel energie, omdat er nog geen patroon bestaat waarop je kan terugvallen. Die moet nog gemaakt worden. De verbindingen tussen de hersencellen die actief worden bij het opbouwen van dit patroon, zijn nog zwak of onbestaande.

Maar net als gewoontes en patronen handig kunnen zijn, kunnen ze ook heel nadelig zijn. Stel dat je, om je te ontspannen na een zware dag, ooit eens een pintje gedronken hebt en dat dit je beviel. Als je dat elke dag gedurende een hele tijd blijft doen grijp je bij het thuiskomen zonder nadenken misschien naar dat pintje en heb je die al half leeg gedronken voordat je er echt bewust van bent. Het drinken van het pintje is bij systeem één gaan horen. Automatisch. Ai.

Of het patroon nu nuttig of hinderlijk is, het geeft een fijn gevoel van vertrouwdheid. Het hoort er bij. In die zin kan iets wat goed voelt ook feitelijk hinderlijk zijn.

Wat hoort voor jou bij systeem één?

Hoe merk je wanneer systeem twee actief wordt? En hoe voelt dat?

Wat komt eerst, gedachte of gevoel?

Ik geef het toe, Els, mijn collega en vriendin, heeft dan toch gelijk.

Jaren geleden had ik een hevige discussie met haar over gevoelens.
Zij stelde dat elk gevoel zijn oorsprong vond in een gedachte. Ik beweerde dat dit omgekeerd was, eerst was er het gevoel dat door een gedachte werd gevolgd. Voor mij was de gedachte een manier om het gevoel te verklaren. Een methode om het een plaats te geven in ons verhaal. Het voelen kwam volgens mij eerst.

Het beeld dat ik had bleek beperkt. Ik ging niet verder op ontdekking. Ik aanvaardde de aanwezigheid van gevoelens, zonder meer.

Wat ik toen nog niet kon zien was de hoeveelheid onbewuste gedachten die er bij me leefde, die me van hun bestaan inlichtten door gevoelens, lichamelijke sensaties te creëren. Zonder het te beseffen waren er allerlei gedachten actief die hun, fysiek voelbare, stempel drukten op hoe ik reageerde op alles en iedereen waarmee ik in aanraking kwam.

Dit ontdekte ik door in gesprek te blijven gaan met anderen en mezelf, zowel binnen als buiten therapie.

Gedachten blijken toch betrokken te zijn bij het ontstaan van fysieke sensaties/gevoelens. Soms zijn die gedachtes niet duidelijk of niet makkelijk te verwoorden, waardoor het lijkt dat ze er niet zijn. Ze hebben nog geen vorm waarmee je ze kan vatten. Hierbij kan iedereen af en toe wel wat hulp gebruiken.

Maar waar komen gedachten dan weer vandaan?

De zoektocht is nog niet voorbij.